Breuken
Een breuk vertelt in hoeveel gelijke stukken je iets verdeelt en hoeveel stukken je neemt. Verschillende breuken kunnen hetzelfde stuk zijn.
Onderwerpen
16 onderwerpen
Breuken, procenten, negatieve getallen, machten en de volgorde van bewerkingen.
Een breuk vertelt in hoeveel gelijke stukken je iets verdeelt en hoeveel stukken je neemt. Verschillende breuken kunnen hetzelfde stuk zijn.
Breuken tel je op of trek je af als ze dezelfde noemer hebben. Is dat niet zo, dan zet je ze eerst op een gemeenschappelijke noemer.
Een procent is een honderdste. Met procenten vergelijk je delen van verschillende groottes en reken je kortingen en prijsstijgingen uit.
Negatieve getallen liggen links van nul op de getallenas. Je gebruikt ze voor temperaturen onder nul, schulden en verdiepingen onder de grond.
Een macht is een korte schrijfwijze voor hetzelfde getal vaak met zichzelf vermenigvuldigen. De vierkantswortel zoekt de weg terug: welk getal gaf dat kwadraat?
Staan er meerdere bewerkingen na elkaar, dan spreken we een vaste volgorde af: haakjes, machten, maal en gedeeld door, plus en min. Zo komt iedereen hetzelfde uit.
Rekenen met letters, vergelijkingen, verhoudingen en eerstegraadsfuncties.
Een letter staat voor een getal dat je nog niet kent of dat kan veranderen. Je rekent ermee zoals met getallen: gelijksoortige termen samennemen, haakjes wegwerken, waarden invullen.
Een vergelijking is een weegschaal in evenwicht. Doe je aan beide kanten hetzelfde, dan blijft ze in evenwicht, tot x alleen overblijft.
Een verhouding vergelijkt twee hoeveelheden. Bij recht evenredige grootheden blijft het quotiënt gelijk, bij omgekeerd evenredige het product.
Een eerstegraadsfunctie y=
Hoeken, omtrek en oppervlakte, de cirkel en de stelling van Pythagoras.
Een hoek zegt hoeveel je draait. Je meet hem in graden, je geeft hem een naam en je rekent met vaste sommen zoals 180° in een driehoek.
De omtrek is de lengte van de rand rond een figuur, in meter. De oppervlakte is hoeveel plaats erbinnen ligt, in vierkante meter.
De omtrek van elke cirkel is iets meer dan drie keer zijn diameter: dat getal heet π. Daarmee bereken je omtrek en oppervlakte van alles wat rond is.
In een rechthoekige driehoek is het kwadraat van de schuine zijde gelijk aan de som van de kwadraten van de twee andere zijden: a^2+
Gemiddelde, mediaan en modus, en hoe groot de kans is.
Drie manieren om met één getal te zeggen wat typisch is in een reeks gegevens: het gemiddelde, de middelste waarde en de waarde die het vaakst voorkomt.
Een kans zegt hoe waarschijnlijk iets is, als een getal tussen 0 en 1: het aantal gunstige uitkomsten gedeeld door het aantal mogelijke uitkomsten.